Zaterdag 20 juni 2020

Volgens sommige metingen vandaag de langste dag. Ik ben extra vroeg, vaar al kwart voor 6 uit, omdat H. vroeg op is om te fietsen. De zon is nog laag en schijnt prachtig roze op dikke wattige wolken. Het waait maar niet vervelend. Een buizerd zit, ingezakt als een theemuts, bijna recht boven mijn hoofd naar me te kijken in de dode bomen bij de sportvelden. In een brede doodlopende sloot zijn vissen druk bezig: hier en daar verschijnt een vin boven het water, eentje schiet met een draaikolkje weg voor de kano. Ineens een andere kano - voor ik me bedacht heb dat het wel aardig is om te groeten is hij alweer uit zicht. Je kunt elkaar rakelings passeren zonder gezien te worden. Op een landje twee ronde visserstenten, een bootje en wat hengels. De pomp op de hoek van onze sloot is weer weg.

N. staat me op te wachten in de tuin, jaagt de ganzen weg. Nu maar twee, een mannetje en een vrouwtje. Ik heb precies zo'n mannetje op het veld gezien tussen de gewone ganzen, misschien is hij de wijde wereld in getrokken.

Nog een rondje voor een boodschapje, ik koop bij de bloemist een bos korenbloemen, en een mooi klein pannekoekplantje dat ik helemaal niet nodig heb, maar altijd nog weg kan geven.